Je logo op 16 pixels, op een gevel en op een borduurmachine
Een logo leeft zelden op een witte pagina. Deze toepassingen bepalen mee of een ontwerp werkt.
11 september 2026 · 2 min lezen · Debby Ducellier
Een ontwerp ziet er altijd goed uit op een presentatiepagina. De echte test volgt daarna: op een browsertabje, een gevel, een stempel of een polo.
Het favicon-formaat
Het icoontje in je browsertab is meestal 16 bij 16 pixels. Dunne lijnen, kleine letters en fijne details verdwijnen daar volledig. Daarom hoort er bij een huisstijl vaak een vereenvoudigd merkteken: dezelfde herkenbare vorm, minder detail.
Eén kleur, geen kleur
Een stempel, een gravure, een facturensjabloon in zwart-wit of een sponsorbord: allemaal situaties waar kleurverlopen en schaduwen niet bestaan. Een logo dat enkel in kleur werkt, valt dan uit elkaar. Een goede huisstijl bevat dus minstens een positieve, een negatieve en een eenkleurige versie.
Borduren en groot drukken
- Borduurwerk kan geen haarfijne lijnen aan. Vuistregel bij veel borduurateliers: lijnen dunner dan ongeveer een halve millimeter in het eindformaat gaan verloren.
- Bij grote formaten valt het omgekeerde op: te weinig detail wordt saai en te veel ruimte tussen letters wordt zichtbaar als een gat.
- Textiel, hout en gevelmateriaal hebben elk hun eigen minimum aan detail.
Waarom dit tot de ontwerpfase hoort
Deze beperkingen achteraf oplossen betekent bijna altijd het logo aanpassen. Dat is duurder dan er meteen rekening mee houden. Vandaar dat het bij mij standaard hoort bij een ontwerptraject: een logo testen op de plaatsen waar het echt terechtkomt.
Bekijk dus bij elk ontwerp de kleinste en de grootste toepassing die je realistisch gaat gebruiken. Werkt het daar, dan werkt het er tussenin ook.
Zin om jouw merk te laten groeien?
Neem contact op